Begraafplaatsen
Eveneens om gezondheidsredenen kwamen er ook steeds meer bezwaren tegen het begraven op het kerkhof middenin de stad of in het dorp. Om deze reden pleitte men ervoor zogeheten buitenbegraafplaatsen buiten de stadsmuren aan te leggen. Als gevolg van het Koninklijke Besluit diende uiteindelijk elke gemeente de beschikking te hebben over een openbare begraafplaats.
De Romantiek koesterde het natuurschoon als ontsnappingsmogelijkheid aan de overvolle steden. De natuur was tevens een symbool van vergankelijkheid, van sterven en weer tot leven komen. Bij deze romantische levenshouding ontwikkelde zich op de begraafplaatsen - qua tuinarchitectuur - een eigen vormentaal. In de entourage van een prachtig ‘begraafpark’ werd het verdriet om de dood verzacht.
In 1892 werd aan de Beilerstraat in Assen de Zuiderbegraafplaats in gebruik genomen. Het was een ontwerp van J. Vroom die toen tot één van de belangrijkste ontwerpers van begraafplaatsen behoorde.
![]() |
||
[Zuiderbegraafplaats] |


